De blinde vliegvisser
Daar lag hij dan. Diep in het dal meanderde de Dourbie
uitgesleten in de harde rotsen van de Aveyron.
De weg omlaag naar de camping “Le Roc Qui Parle” bij het
Plaatsje Nant in Frankrijk was smal en steil naar beneden, naar de
terrasvormige kampeerplaatsen in het dal.
Eerst maar de caravan op zijn plaats en dan meteen de rivier
bekijken, er was één vliegvisser in de rivier bezig, een gepensioneerde
Belgische politieagent uit Luik, die alleen maar Frans sprak.
Toen hij uit het
water stapte vertelde hij mij dat de bodem van de rivier spiegelglad was en ik
niet zonder waadstok moest gaan vissen. Dat is mooi, die had ik dus niet bij
mij.
In de stad Millau
32 km verderop was een hengelsportzaak waar ik misschien wel zo een stok kon
kopen. Maar hoe zeg je zoiets in het Frans.
In de winkel
aangekomen probeerde ik in mijn beste Frans de verkoper uit te leggen wat ik
wilde.
“Uun keu poer
marchee dons la rivieëre”, de verkoper keek mij vertwijfelend aan en begreep
niet wat ik bedoelde. Ik kreeg een stuk papier en tekende een rivier en een
visser met een stok in zijn hand. Daar hadden zij nog nooit van gehoord en dus
zonder stok liep ik de winkel uit.
Toen ik naar mijn
auto liep die verder op geparkeerd stond kwam ik langs een winkel met
hulpmiddelen voor gehandicapten en ja hoor daar hing hij in de etalage, een
opvouwbare witte blindenstok. Die moest ik hebben, hij koste een paar euro’s,
maar dan heb je ook wat.
Een vergunning met
pasfoto was zo geregeld in de plaatselijke boekhandel. Het waadpak aan, de
hengel opgetuigd, de uitgeklapte “waadstok” in de hand, op weg naar de Rivier.
Ik moest natuurlijk eerst proberen om met de stok te lopen en te kijken of hij
wel sterk genoeg was. Dus prikkend en tasten liep ik omlaag naar de rivier en
ja hoor hij was sterk genoeg.
Op de
terrasvormige camping hadden de overwegend Franse kampeerders een uitstekend
uitzicht over het dal en de rivier. Met een glas wijn in de hand gingen ze
overeind staan. Daar beneden liep een blinde vreemdeling met waadkleren aan met
een hengel in de hand en die tot hun verbijstering de rivier in stapte. Dat
hadden ze nog nooit gezien “blind vliegvissen”.
Dat moeten wij
zien zijden ze tegen elkaar en liepen naar beneden naar de rivier. Er werden in
het Frans verschillende vragen aan mij gesteld, maar die begreep ik niet en
stapte dus maar uit het water. Een Française die uitstekend Engels sprak wilde
graag weten wat er aan de hand was. Ze lagen krom van het lachen toen ik hun
het verhaal van de waadstok vertelde. Ik had er meteen een paar vrienden bij.
Ik heb er leuk gevist en ook nog wel wat gevangen, maar telkens als ik uit de
rivier stapte, en langs hun caravan liep, werd er belangstellend gevraagd of ik
wat gevangen had en als ik dan het kleine aantal vissen vermelde, was steevast
hun antwoord “niet gek voor een blinde” en deelde ze hun wijn met mij.
Ik heb een prima
tijd gehad maar de vangsten vielen wat tegen. De campingbaas die geregeld kwam
kijken en geïnteresseerd was in de vangsten zij dat ik sedges met rode veren
moest binden en hij zou wel voor die rode veren zorgen.
Later kwam hij een
zakje met rode hanenveren brengen en boven bij zijn huis liep een minder trotse
haan met een kale nek rond. Leuke mensen die Fransen, de camping is een
aanrader.
Pierre Mulders





